Carlos Sainz heeft een dringend beroep gedaan op de FIA en de Formule 1 om standvastig te blijven in de besluitvorming rond de nieuwe motorreglementen. De Spaanse coureur en GPDA-directeur vreest dat de veelbelovende regels voor 2027 dreigen te bezwijken onder de politieke druk van de motorfabrikanten. Zijn oproep komt op een kritiek moment, met een cruciale vergadering gepland tijdens het aanstaande Grand Prix-weekend in Canada.
Cruciale vergadering over 60:40-verdeling
De kern van de discussie is de technische specificatie van de power units die vanaf 2027 gebruikt zullen worden. Het oorspronkelijke plan, dat met veel lof werd ontvangen, ging uit van een 50:50-verdeling van het vermogen tussen de verbrandingsmotor (ICE) en het elektrische systeem met een batterij van 350 kW. Dit plan staat nu echter op de tocht. Een nieuw voorstel ligt op tafel om de verhouding aan te passen naar 60 procent vermogen uit de verbrandingsmotor en 40 procent elektrisch vermogen.
Volgens informatie van RacingNews365 zullen de motorfabrikanten tijdens de Grand Prix van Canada bijeenkomen om over dit voorstel te beslissen. De fabrikanten zijn echter diep verdeeld. Een deel van hen wil de 60:40-verdeling al in 2027 invoeren, terwijl een ander kamp pleit voor een uitstel tot 2028. Deze onenigheid brengt de stabiliteit en de richting van de nieuwe reglementen in gevaar.
Sainz vreest politieke invloed van fabrikanten
Carlos Sainz, die als directeur van de Grand Prix Drivers’ Association (GPDA) spreekt, toont zich een voorstander van het nieuwe voorstel. “Naar wat ik hoor, ligt er een zeer interessant voorstel voor 2027 op tafel, een voorstel dat precies aansluit bij de richting die de sport volgens mij op moet gaan,” vertelde Sainz aan de media, waaronder RacingNews365. Hij maakt zich echter grote zorgen over de interne machtsstrijd die de implementatie ervan kan dwarsbomen.
“Helaas, zoals altijd in deze sport, spelen politiek en verschillende belangen van de grote fabrikanten een rol,” vervolgde hij. “Afhankelijk van hun eigen doelen zullen ze voorstellen naar voren duwen of juist tegenhouden.” Sainz’ woorden leggen de vinger op de zere plek: het risico dat individuele teambelangen prevaleren boven het collectieve belang van de sport. De angst is dat de reglementen worden afgezwakt of uitgesteld om specifieke fabrikanten een voordeel te geven, in plaats van de sport als geheel te verbeteren.
Een oproep tot standvastigheid
Met de naderende vergadering in het vooruitzicht, richt Sainz zijn boodschap direct aan de sportieve en commerciële leiding. “Daarom wil ik vanaf hier de FIA en FOM vragen om hard te zijn en vast te houden aan wat zij geloven dat het juiste is voor de sport. Ze moeten standvastig zijn en geloven in wat goed is voor de Formule 1.” Hij benadrukt dat de bestuursorganen de leiding moeten nemen, zelfs als dit betekent dat er een stemming nodig is binnen de F1 Commissie om een besluit te forceren.
Sainz ziet de voorgestelde wijzigingen als een noodzakelijke stap om de sport te verbeteren. Hij verwees kort naar de race in Miami, waar volgens hem al “een kleine stap” in de goede richting werd gezet, wat de noodzaak voor verdere, doordachte regelgeving onderstreept. De uitkomst van de vergadering in Canada zal bepalend zijn voor de technische koers van de Formule 1 voor de komende jaren. De oproep van Sainz is een duidelijk signaal dat de coureurs hopen dat de leiders van de sport kiezen voor visie en niet voor politiek compromis.



