In de wereld van de autosport wordt vaak gesproken over de dunne lijn tussen succes en pech. Voor Formule E-coureur António Félix da Costa is die lijn dit seizoen echter volledig verdwenen. De Portugese Jaguar-rijder beleeft een campagne van extreme uitersten, waarin zijn onmiskenbare snelheid keer op keer wordt tenietgedaan door incidenten buiten zijn schuld. In de eerste tien races van het seizoen werd hij maar liefst zes keer door een andere coureur geraakt, een statistiek die de Seizoen 6-kampioen zelf nauwelijks kan geloven.
Een onwaarschijnlijke reeks race-incidenten
De problemen voor da Costa begonnen al bij de seizoensopener in São Paulo, waar hij werd aangereden door Pepe Martí. Dit zette de toon voor een reeks van onfortuinlijke gebeurtenissen. In Mexico-Stad was hij betrokken bij een kettingbotsing met meerdere auto’s. Vervolgens werd hij in Miami in de rondte getikt door Felipe Drugovich. Ook het raceweekend in Berlijn bracht geen verlichting; een lekke band na contact met Nico Müller in de tweede race dwarsboomde een goed resultaat. Het dieptepunt volgde in Monaco, waar hij in de eerste race een zware crash meemaakte na een incident met Dan Ticktum. Alsof dat nog niet genoeg was, werd hij in de tweede race op het iconische stratencircuit opnieuw omgedraaid, ditmaal door Edoardo Mortara.
Deze aaneenschakeling van aanrijdingen is uitzonderlijk, zelfs in een competitieve raceklasse als de Formule E. Voor een coureur is het al frustrerend om door eigen toedoen uit te vallen, maar het is ronduit demoraliserend wanneer externe factoren de resultaten keer op keer dicteren. De impact op zijn kampioenschap is dan ook significant, waarbij kostbare punten verloren zijn gegaan door acties van anderen.
Snelheid en kwalificatiekracht onbetwist
Wat de situatie voor da Costa extra pijnlijk maakt, is dat zijn eigen prestaties van een uitzonderlijk hoog niveau zijn. Sinds zijn overstap van Porsche naar Jaguar heeft hij zich moeiteloos aangepast en is de snelheid onmiskenbaar aanwezig. Dit blijkt vooral uit zijn prestaties tijdens de kwalificaties. In de eerste tien raceweekenden wist hij zich maar liefst acht keer te plaatsen voor de ‘duels’, de knock-outfase waarin de beste coureurs strijden om pole position. Sterker nog, da Costa is er dit seizoen nog geen enkele keer in geslaagd om buiten de top tien te starten. Deze statistieken onderstrepen dat het hem niet aan pure snelheid ontbreekt, maar dat het geluk hem in de races volledig in de steek laat zodra de lichten doven.
Een ‘moeilijk’ seizoen vol frustratie
De constante stroom van tegenslag heeft zijn tol geëist. Da Costa zelf omschrijft het seizoen als een ‘achtbaan’ die ‘moeilijk’ te verwerken is. Het is een campagne van extreme hoogte- en dieptepunten: de euforie van een sterke kwalificatie wordt vrijwel direct gevolgd door de teleurstelling van een race die door een ander wordt verpest. Voor een atleet van zijn kaliber, die gewend is om voor overwinningen en titels te vechten, is de huidige situatie een zware mentale beproeving. De frustratie wordt versterkt door het gevoel van machteloosheid; hoe goed hij ook rijdt, hij blijft afhankelijk van de acties van de coureurs om hem heen.
Jaguar’s vertrouwen richting Gen4 ongeschonden
Ondanks de tegenvallende resultaten en de bizarre reeks van incidenten, lijkt de positie van António Félix da Costa binnen het Jaguar-team onaantastbaar. Het team erkent zijn snelheid en professionele houding en ziet in hem een sleutelfiguur voor de toekomst. De Portugees heeft zich al bewezen als een belangrijke kracht om het team te leiden naar het volgende tijdperk van de Formule E, de zogenoemde Gen4-auto’s. Dit vertrouwen vanuit het management is een belangrijke steunpilaar voor da Costa in deze moeilijke periode. Het toont aan dat het team verder kijkt dan de kale resultaten en de waarde van de coureur erkent, zelfs wanneer het geluk even niet aan zijn zijde is.



