Monaco geen uitvlucht voor trage AMR26
De hoop binnen Aston Martin was gevestigd op het unieke karakter van het circuit in Monte Carlo. Waar de AMR26 in de openingsfase van het seizoen al kampte met een gebrek aan snelheid en betrouwbaarheid, zou het bochtige stratencircuit de tekortkomingen wellicht kunnen maskeren. Die hoop bleek ijdel. Vanaf de eerste trainingen was de auto van Alonso en teamgenoot Lance Stroll steevast onderaan de tijdenlijsten te vinden. Alonso eindigde beide vrijdagtrainingen als twintigste, om in de kwalificatie op zaterdag nog een plek te zakken naar P21.
Ondanks zijn teleurstellende positie was Alonso aanzienlijk sneller dan zijn teamgenoot. Hij wist Stroll met een marge van maar liefst 0.712 seconden achter zich te houden, wat de diepte van de problemen bij het team uit Silverstone verder onderstreept. De prestaties in Monaco bevestigen dat de zwakke vorm van de AMR26 niet circuitspecifiek is, maar dieper geworteld zit in het concept van de wagen.
“Meer dan een probleem met de set-up”
Na de kwalificatie liet Alonso er geen twijfel over bestaan waar het probleem volgens hem ligt. In een reactie aan de media, waaronder RacingNews365, maakte hij duidelijk dat het aanpassen van de afstelling geen soelaas biedt. “Er was geen groot verschil vergeleken met vrijdag,” aldus Alonso. “We hebben de set-up flink veranderd, maar het is geen probleem met de set-up. Er zijn fundamentelere problemen met de auto dan alleen het veranderen van de rijhoogte of de stijfheid van de stabilisatorstang.”
Zijn uitspraken zijn een directe kritiek op de basis van de AMR26. Het is niet de eerste keer dit weekend dat de Spanjaard zijn ongenoegen uit. Op donderdag liet hij al optekenen dat het team “niet kon racen” in Monaco vanwege aanhoudende problemen met de versnellingsbak. De combinatie van mechanische kwetsbaarheid en een gebrek aan pure performance zorgt voor een giftige cocktail die de frustratie bij de ervaren coureur zichtbaar doet toenemen.
Herhalend patroon voedt frustratie
Voor Alonso is vooral het gebrek aan vooruitgang een bron van ergernis. Hij had gehoopt dat Monaco een keerpunt zou zijn, maar die illusie werd al in de eerste vrije training de grond in geboord. “We hadden hier in Monaco hoop omdat het een ander circuit is, maar in FP1 zagen we al dat we hier ook langzaam zijn,” reflecteerde hij. De situatie begint een pijnlijk, herkenbaar patroon te worden voor het team en haar stercoureur.
Wat de situatie volgens Alonso extra “vervelend” maakt, is de herhaling van zetten binnen het team. “Het is behoorlijk repetitief en eigenlijk vervelend dat we elk weekend zeggen ’tot de zomer’,” stelt hij. Deze opmerking suggereert een groeiende kloof tussen de interne beloftes van verbetering en de harde realiteit op het circuit. De belofte dat er na de zomerstop een betere auto zal staan, lijkt voor Alonso op dit moment weinig meer dan een holle frase.
Zwaar seizoen tekent zich af voor Aston Martin
De dramatische vertoning in Monaco is een nieuw dieptepunt in wat zich ontvouwt als een uiterst moeizaam 2026-seizoen voor Aston Martin. De AMR26 wordt vanaf de start van het jaar geplaagd door problemen en de openlijke kritiek van Alonso legt de druk op de technische afdeling in Silverstone vol op de schouders. Het feit dat de auto op een circuit waar motorvermogen minder dominant is en mechanische grip de sleutel is, nog steeds niet presteert, is een veeg teken.
Met een coureur van Alonso’s kaliber die de noodklok luidt en spreekt van “fundamentele problemen”, kan het team de realiteit niet langer negeren. De race op zondag zal waarschijnlijk een lange en zware middag worden voor beide coureurs, maar de grootste uitdaging ligt na Monaco: het vinden van een oplossing voor een auto die in de kern niet goed genoeg lijkt te zijn.



