Mercedes-teambaas Toto Wolff heeft ongebruikelijk felle kritiek geuit op zijn eigen team na opnieuw een reeks teleurstellende starts tijdens de Grand Prix van Miami. Ondanks een perfecte score van vier overwinningen in evenzoveel races, noemt Wolff de problemen bij de startprocedure ‘onacceptabel’ voor een team dat wereldtitels wil winnen. Hij neemt hierbij zijn coureurs, Kimi Antonelli en George Russell, volledig in bescherming en legt de verantwoordelijkheid bij het team.
Teamfout, niet de coureurs
Na afloop van de race in Florida was Wolff duidelijk in zijn oordeel. Gevraagd naar de matige start van kampioenschapsleider Kimi Antonelli, die zowel in de sprintrace als in de hoofdrace posities verloor, wees de Oostenrijker resoluut naar zijn eigen engineers. “Het ligt totaal niet aan hem,” aldurée Wolff tegenover de internationale pers. “Zowel zaterdag als zondag was het een teamfout. We weten allemaal dat dit gewoon niet goed genoeg is.”
Wolff specificeerde waar het probleem volgens hem ligt. “We doen ons werk niet goed genoeg door hen niet het juiste gereedschap in handen te geven, of het nu gaat om de koppeling of de inschattingen van de grip.” Hij voegde eraan toe dat Mercedes momenteel het enige team lijkt te zijn dat dit al “enkele races” niet op orde krijgt. Deze publieke schuldbekentenis is een duidelijk signaal dat de druk binnen de renstal uit Brackley toeneemt om een oplossing te vinden.
Alarmerende statistieken verhullen dominantie
De uitspraken van Wolff worden ondersteund door harde cijfers. Hoewel Mercedes dit seizoen ongeslagen is in de Grands Prix, is het een statistiek die een significant zwak punt maskeert. Het team behaalde in alle vier de raceweekenden de pole position, maar slaagde er geen enkele keer in om na de eerste bocht aan de leiding te liggen. Dit patroon is vooral pijnlijk voor Kimi Antonelli, die in de eerste drie races van het seizoen op de eerste ronde al een totaal van achttien plaatsen verloor. In Miami kwamen daar nog eens zes verloren posities bij in de sprintrace en twee in de hoofdrace, wat het totaal op 26 brengt.
Deze terugkerende problemen dwingen de coureurs om hun superieure racesnelheid te gebruiken om de schade te herstellen, een strategie die niet zonder risico is en onnodig veel van de auto en de banden vraagt.
Concurrentie nadert, urgentie groeit
De urgentie om het startprobleem op te lossen wordt versterkt door de naderende concurrentie. Teams als McLaren, Ferrari en Red Bull introduceerden in Miami allemaal aanzienlijke upgradepakketten, waardoor het veld dichter bij elkaar is gekomen. De comfortabele voorsprong die Mercedes in de eerste races had, is zichtbaar kleiner geworden. Wolff erkent dat het team niet langer kan leunen op een groot snelheidsvoordeel om de slechte starts te compenseren.
“We moeten nog dieper graven en proberen te begrijpen hoe we dit kunnen oplossen,” aldus Wolff. “Want de gaten zijn niet groot genoeg om rustig de horizon tegemoet te rijden. Daarom kun je het je niet veroorloven om starts te missen.” De boodschap is helder: elke verloren positie aan het begin van de race is er een die steeds moeilijker goed te maken zal zijn naarmate de rivalen hun nieuwe onderdelen optimaliseren.
Blik op Canada: upgrades en een startprobleem
Terwijl de concurrentie al heeft opgeschaald, staat het eerste grote upgradepakket van Mercedes gepland voor de Grand Prix van Canada in Montreal. Deze updates moeten Kimi Antonelli en George Russell meer performance geven, maar het succes ervan zal direct verbonden zijn met het oplossen van de startprocedure. Zonder een betrouwbare start dreigen de voordelen van nieuwe aerodynamische onderdelen teniet te worden gedaan in het gedrang van het middenveld.
Voor het team in Brackley is de komende periode dan ook cruciaal. De zoektocht naar een technische oplossing voor de koppeling en de grip-software zal met dezelfde intensiteit worden gevoerd als de productie van de nieuwe onderdelen. De wereldtitels van 2026 kunnen immers niet alleen op pure snelheid worden gewonnen, maar vereisen perfectie in alle facetten van de sport – te beginnen met de eerste meters van de race.



