Porsche-coureur Pascal Wehrlein heeft zich zeer kritisch uitgelaten over de huidige staat van de Formule E. Na afloop van de tweede race van de E-Prix in Berlijn noemde de Duitser de gang van zaken “saai”, doelend op het feit dat de kwalificatie nagenoeg irrelevant is geworden. De race op het Tempelhof Airport Circuit ontaardde in een chaotische pelotonrace, waarbij de winnaar vanaf de zeventiende positie kwam opzetten.
Kwalificatie verworden tot strategische bijzaak
De kern van de frustratie ligt in de manier waarop races zich ontvouwen in het Gen3-tijdperk van de Formule E. Tijdens de tweede race van het Berlijnse raceweekend kozen diverse coureurs er bewust voor om geen serieuze poging te wagen een sterke startpositie te bemachtigen. De reden hiervoor is puur strategisch. Het besparen van een set verse banden voor de race levert een aanzienlijk groter voordeel op dan een startplek vooraan. Coureurs offeren hun kwalificatie op door op gebruikte banden te rijden, waardoor ze zich verzekeren van optimaal rubber voor de race zelf. Dit leidt tot een startopstelling waarbij veel grote namen achteraan te vinden zijn, wat de waarde van de kwalificatiesessie volledig ondermijnt.
Pascal Wehrlein, rijdend voor het thuisspelende Porsche, ervoer dit aan den lijve. Hij veroverde de poleposition, een prestatie die normaal gesproken de basis legt voor een sterk raceresultaat. In de huidige Formule E bleek dit echter van weinig waarde. De race werd uiteindelijk een prooi voor Mitch Evans, die vanaf de zeventiende startplaats naar de overwinning reed. Ook de regerend wereldkampioen, Oliver Rowland, vocht zich een weg naar voren en eindigde als tweede, nadat hij de race eveneens vanaf de negende startrij had aangevangen.
De tactiek van de ‘pelotonrace’
Het fenomeen van de ‘pelotonrace’ is sinds de introductie van de Gen3-auto’s een terugkerend en controversieel thema. De strategie is even simpel als effectief: coureurs die achteraan starten, laten zich in de beginfase van de race meevoeren in een langzaam rijdend ‘peloton’. Door in de slipstream van anderen te rijden en het tempo laag te houden, besparen ze aanzienlijk meer energie dan de coureurs aan de kop van het veld. Halverwege de race beschikken ze hierdoor over een substantieel energievoordeel, dat ze vervolgens gebruiken om een offensief naar voren in te zetten. Deze aanpak creëert spectaculaire inhaalraces, maar leidt ook tot kritiek op de sportieve eerlijkheid.
Het is niet de eerste keer dat Berlijn het toneel is van een dergelijk scenario. Vorig jaar wist Nick Cassidy de race op hetzelfde circuit te winnen vanaf een twintigste startpositie. Hoewel de meningen over dit type races verdeeld zijn, heerst onder veel coureurs het gevoel dat het tijdens de meest recente race te ver is doorgeslagen. De voorspelbaarheid van de strategie en de daaruit voortvloeiende chaos ondermijnen de essentie van racen, zo luidt de kritiek.
Groeiende frustratie over sportieve waarde
Voor Pascal Wehrlein was de maat vol. Zijn poleposition voor eigen publiek werd gereduceerd tot een voetnoot in een race die werd gedomineerd door tactisch spel in plaats van pure snelheid vanaf de start. Zijn uitspraak dat hij het “saai” vindt dat een race vanaf iedere plek op de grid gewonnen kan worden, vat de frustratie van velen samen. Het devalueert niet alleen de prestatie in de kwalificatie, maar stelt ook vraagtekens bij de richting die de sport inslaat. De essentie van een goede startpositie bevechten om de race te winnen, lijkt in dit soort races volledig verdwenen.
De kritiek van een prominente coureur als Wehrlein legt de druk bij de organisatie van de Formule E. Het debat over de balans tussen spektakel en sportieve integriteit is opnieuw geopend. De vraag die boven de paddock hangt, is of de reglementen moeten worden aangepast om de waarde van de kwalificatie te herstellen. Zolang coureurs meer voordeel halen uit een slechte startpositie met verse banden en een energieoverschot, zal het fenomeen van de pelotonrace een bepalende factor blijven in het kampioenschap.



