Daniel Ricciardo heeft krachtig gereageerd op de aanhoudende discussie dat Formule 1-coureurs met dedain naar de IndyCar Series kijken. In een openhartig gesprek in de podcast van IndyCar-coureur Conor Daly, voorafgaand aan zijn bezoek aan de legendarische Indianapolis 500, stelt de Australiër dat er binnen het F1-paddock juist sprake is van wederzijds respect en bewondering voor de verschillende disciplines in de autosport.
Ricciardo pareert kritiek: ‘Er is absoluut respect’
De discussie over de verhouding tussen de twee raceklassen laait periodiek op, vaak gevoed door uitspraken en online debatten tussen fans. IndyCar-coureur Conor Daly zelf stelde eerder dat zijn klasse “meer respect verdient van daarginds”. Toen Ricciardo te gast was in diens ‘Speed Street’-podcast, was de vraag dan ook onvermijdelijk. Ricciardo, achtvoudig Grand Prix-winnaar, liet geen ruimte voor twijfel in zijn antwoord.
“Ja, er is absoluut respect voor,” begon Ricciardo. “Er was nooit een discussie van, ‘wij zijn de besten, F1 is dit, wij staan hierboven’ – nee. Als kind was F1 de plek waar ik wilde zijn, ik was fan van Senna en dat soort dingen, dus dat was een groot deel van wat ik wilde doen. Maar het was nooit alsof wij hier staan en de rest daaronder.” Volgens Ricciardo verdwijnt een dergelijke hiërarchische gedachte zodra je als coureur een bepaald professioneel niveau bereikt. “Ik denk dat als je eenmaal op een bepaald niveau komt, je weet wat er allemaal bij racen komt kijken.”
Een wereld van verschil met de online perceptie
Ricciardo benadrukt dat de hiërarchie die online door fans wordt gecreëerd, niet overeenkomt met de realiteit in de paddock. De sfeer onder de coureurs is er een van collegialiteit en erkenning voor elkaars vakmanschap, ongeacht de raceklasse. “Er is absoluut geen houding van ‘wij zijn cooler dan jullie’ – dat bestaat niet. Tenminste, ik heb dat nooit ervaren,” vervolgde hij.
Hij erkent de fundamentele verschillen tussen de disciplines, wat de bewondering juist vergroot. “Uiteindelijk houden we allemaal gewoon van racen, en jullie doen een heel andere discipline – vooral natuurlijk het ovalracen vergeleken met het circuitracen dat wij doen met een enorme hoeveelheid downforce en dat alles. Maar het is anders.” Deze erkenning van de unieke vaardigheden die vereist zijn voor IndyCar is volgens Ricciardo de kern van het respect.
Respect door erkenning van het gevaar
Dat zijn woorden geen loze beleefdheid zijn, blijkt uit eerdere uitspraken van de Australiër. In 2022 was hij glashelder over zijn eigen gevoelens bij het idee van ovalracen. Gevraagd naar een mogelijke overstap, was zijn reactie kort maar krachtig: “F*** that.” Deze opmerking, die destijds als afwijzend werd geïnterpreteerd, plaatst hij nu in een ander perspectief: het is geen gebrek aan respect, maar juist een diepe erkenning van het unieke gevaar en de specifieke moed die nodig is om op een oval op de limiet te rijden. Het is een discipline die hem angst inboezemt, wat zijn respect voor de coureurs die het wel doen alleen maar versterkt.
Ricciardo’s bezoek aan de 110e editie van de Indianapolis 500 en zijn duidelijke uitspraken bieden een zeldzaam inkijkje in de mentaliteit van F1-coureurs. Ze schetsen een beeld van een professionele sportwereld waarin de waardering voor pure racekunst zwaarder weegt dan de rivaliteit tussen kampioenschappen die vaak door buitenstaanders wordt gevoed.



