McLaren hoofdontwerper Rob Marshall heeft een zeldzaam inzicht gegeven in de ontwikkelingsfilosofie van het team uit Woking. In een mediasessie legde hij uit waarom het bestuderen en ‘kopiëren’ van upgrades van rivalen een essentieel onderdeel is van de Formule 1. Als krachtig voorbeeld gebruikte hij een van de meest controversiële en spelveranderende innovaties uit de moderne F1-geschiedenis: de dubbele diffuser uit 2009.
De dubbele diffuser als historisch lesmateriaal
Om zijn punt te maken, greep Marshall terug naar het seizoen 2009. Destijds introduceerden Brawn GP, Toyota en Williams een slimme interpretatie van de aerodynamische reglementen in de vorm van een dubbele diffuser, wat hen een aanzienlijk voordeel opleverde. Hoewel de legaliteit ter discussie stond, werd het ontwerp uiteindelijk goedgekeurd door de FIA. Marshall, destijds een belangrijke man onder Adrian Newey bij Red Bull, herinnert zich de situatie levendig. Terwijl Red Bull protesteerde tegen het ontwerp, werkten ze achter de schermen koortsachtig aan hun eigen versie.
Volgens Marshall is dit een perfecte illustratie van hoe Formule 1-teams opereren. Het is onmogelijk om een potentieel prestatievoordeel van een concurrent te negeren. “We kijken naar alles,” aldus Marshall. “Sommige concepten kunnen we snel afschrijven omdat ze niet binnen de regels van onze eigen auto passen, maar andere blijven interessant.” De dubbele diffuser dwong destijds elk team op de grid om snel te reageren. Het negeren ervan betekende een gegarandeerde achterstand. Deze dynamiek is, zeker aan het begin van een nieuwe regelcyclus zoals nu, nog steeds even relevant.
McLaren’s upgrade-strategie voor de MCL40
De uitleg van Marshall komt op een strategisch moment. McLaren staat op het punt om een bijna volledig nieuwe MCL40 te introduceren, met grote upgradepakketten gepland voor de Grands Prix van Miami en Canada. Het team is openhartig over het feit dat het de concurrentie nauwlettend in de gaten houdt. Marshall heeft eerder al specifiek Ferrari, Audi en Aston Martin genoemd als teams die interessante onderdelen hebben ontwikkeld. Met name de ‘macarena’ achtervleugel van Ferrari heeft de aandacht van de ingenieurs in Woking getrokken.
Het team volgt dus een tweeledige aanpak: enerzijds het ontwikkelen van eigen, unieke concepten, en anderzijds het slim analyseren en integreren van succesvolle ideeën van anderen. Deze pragmatische benadering is cruciaal in een sport waar de ontwikkelingssnelheid genadeloos is. Door open te zijn over deze werkwijze, toont McLaren het zelfvertrouwen dat ze niet alleen kunnen innoveren, maar ook snel en effectief kunnen adapteren.
Niet zomaar kopiëren, maar begrijpen
Marshall benadrukt echter dat het proces veel complexer is dan simpelweg een onderdeel namaken. Het blindelings kopiëren van een vleugel of een vloerrand van een andere auto is zinloos als het niet past binnen de eigen aerodynamische filosofie. “Je kunt niet zomaar iemands voorvleugel op je auto schroeven en verwachten dat het werkt,” legt hij uit. “Je moet de gedachte erachter begrijpen. Waarom genereert dat onderdeel neerwaartse druk en hoe beïnvloedt het de rest van de luchtstroom over de auto?”
Het is een proces van reverse-engineering op conceptueel niveau. Teams gebruiken foto’s en analyses om de functie van een onderdeel te doorgronden, om vervolgens een eigen versie te ontwerpen die synergie heeft met hun eigen chassis en aerodynamisch platform. De kunst is niet het kopiëren van de vorm, maar het begrijpen en toepassen van het onderliggende principe. Deze intellectuele uitdaging is wat de engineers drijft en wat de topteams onderscheidt van de rest.


