McLaren kende een droomstart van het weekend in Miami met een dominante 1-2 in de sprintrace, maar moest in de kwalificatie voor de Grand Prix genoegen nemen met een vierde en zevende startpositie. Volgens het team uit Woking is dit laatste resultaat echter een betere afspiegeling van de werkelijke krachtsverhoudingen in de Formule 1. Lando Norris benadrukt dat niet McLaren een stap terugzette, maar dat de concurrentie simpelweg op het verwachte niveau presteerde.
Van euforie in de sprint naar realisme
Het weekend in Miami begon voor McLaren op de best denkbare manier. Lando Norris veroverde pole position voor de sprintrace en zette deze de volgende dag om in een overtuigende overwinning. Teamgenoot Oscar Piastri completeerde het feest door als tweede te finishen, wat resulteerde in een maximale score en een ongekende euforie binnen het team. De oranje bolides leken de toon te zetten voor de rest van het weekend.
De ommekeer kwam tijdens de kwalificatie voor de hoofdrace. Waar de concurrentie in de sprint tekort leek te komen, vonden zij hun vorm terug. Kimi Antonelli snelde naar pole position, terwijl Norris niet verder kwam dan de vierde plek, op een significant gat van 0.385 seconden. Piastri moest het zelfs doen met de zevende startplaats. Op papier een flinke stap terug, maar intern wordt er anders naar gekeken.
Norris: ‘Rivalen presteerden ondermaats in de sprint’
Volgens Lando Norris is de teleurstelling over de kwalificatie onterecht. Hij legt de vinger niet op de prestaties van zijn eigen team, maar op die van de concurrentie tijdens de eerdere sessies. Hij stelt dat de rivalen in de sprint ondermaats presteerden en in de kwalificatie simpelweg hun ware potentieel lieten zien. McLaren zelf presteerde volgens hem constant.
“Ik denk dat we nog steeds goed werk hebben geleverd,” analyseerde een nuchtere Norris na afloop. “Ik denk eerlijk gezegd dat anderen gisteren gewoon een erg slechte dag hadden en vandaag deden wat ze moesten doen. Dus niet al te veel klachten van onze kant.” Deze visie wordt binnen het team gedeeld: de kwalificatie voor de Grand Prix wordt gezien als ’the real picture’, het ware beeld van de pikorde op dit moment in het seizoen.
Lastige omstandigheden speelden een rol
Naast de verbeterde prestaties van de concurrentie, speelden ook de veranderende omstandigheden op het circuit een rol. Norris gaf aan dat de auto lastiger te besturen was tijdens de kwalificatie. “Het was zeker wat lastiger met de auto vandaag door de wind en de temperaturen,” verklaarde hij. “Misschien werkte de auto gewoon niet zo goed en had ik er om de een of andere reden wat meer moeite mee.”
Belangrijk hierbij is zijn toevoeging dat deze moeilijkheden niet het gevolg waren van aanpassingen aan de afstelling. De basis van de auto bleef ongewijzigd, wat suggereert dat de MCL-bolide gevoeliger was voor de weersveranderingen dan de wagens van de directe tegenstanders. Dit detail onderstreept de complexiteit van het vinden van de juiste balans en verklaart deels waarom de dominantie van de sprint niet herhaald kon worden.
Een realistische uitgangspositie voor de race
Met de vierde en zevende startplek begint McLaren de Grand Prix van Miami vanuit een uitdagende, maar volgens het team zelf realistische positie. De dominante 1-2 in de sprintrace was een welkome opsteker en een bewijs van het potentieel, maar de kwalificatie heeft de verwachtingen voor de hoofdrace getemperd. Het team realiseert zich dat de strijd vooraan onverminderd hevig is en dat het gevecht om het podium een zware zal worden. De focus ligt nu op het maximaliseren van het resultaat vanuit de tweede en vierde startrij.



