Lewis Hamilton heeft besloten om voorlopig af te stappen van het gebruik van de Formule 1-simulator van Ferrari. Na een teleurstellend verlopen Grand Prix-weekend in Miami stelt de Britse coureur dat de voorbereidingen in Maranello hem een verkeerde richting op hebben gestuurd, wat resulteerde in een auto die op het circuit niet presteerde zoals verwacht.
Simulator in Maranello stuurt Hamilton de verkeerde kant op
De kern van Hamiltons frustratie ligt bij de gebrekkige correlatie tussen de virtuele wereld van de simulator en de realiteit op het asfalt. Hoewel hij historisch gezien geen groot voorstander is van simulatorwerk, had Hamilton zich in de aanloop naar Miami juist intensief voorbereid. “Ik zat in de aanloop naar deze race elke week in de simulator en werkte constant aan de correlatie,” verklaarde Hamilton tegenover de media. Het doel was om een optimale basisafstelling te vinden, maar het resultaat was het tegenovergestelde. “Je bereidt je voor op de baan, je rijdt er, en je stelt de auto op een bepaalde manier af. Dan kom je op het circuit en die afstelling werkt niet.”
Deze discrepantie is een bekend fenomeen in de Formule 1, maar voor Hamilton was de afwijking in Miami te groot. Hij voelde dat als hij zijn weekend was begonnen met een basissetup die dichter bij die van teamgenoot Charles Leclerc lag, er aanzienlijk betere resultaten mogelijk waren geweest. De door de simulator aanbevolen richting bleek een doodlopende weg.
Een moeizaam weekend als direct gevolg
De gevolgen van de misleidende data waren direct zichtbaar in de resultaten van Hamilton. Gedurende het hele weekend in Miami worstelde hij om de juiste balans in zijn Ferrari te vinden. Hij gaf zelf aan dat hij ‘op achterstand’ aan het evenement begon. Dit resulteerde in een zevende startplaats voor de Sprintrace, waarin hij ook als zevende finishte. In de kwalificatie voor de hoofdrace kwam hij niet verder dan de zesde startplek. Op zondag kwam hij als zevende over de streep, maar schoof uiteindelijk op naar de zesde positie na een tijdstraf voor zijn teamgenoot Leclerc.
Het format van een sprintweekend, met slechts één vrije training, verergert een dergelijk probleem aanzienlijk. Er is nauwelijks tijd om te herstellen van een verkeerde basisafstelling. Teams en coureurs zijn daardoor sterk afhankelijk van een correcte voorbereiding, waarin de simulator een cruciale rol speelt. Voor Hamilton pakte deze afhankelijkheid volledig verkeerd uit.
Terug naar de basis: focus op het circuit
De beslissing van Hamilton om ‘een stap terug te doen’ van de simulator is een duidelijk signaal naar zijn team. Het toont een gebrek aan vertrouwen in een van de belangrijkste instrumenten voor de moderne Formule 1-coureur. Hamilton, die al twintig seizoenen meedraait, zal nu meer moeten vertrouwen op zijn ervaring en instinct tijdens de beperkte tijd op het circuit. “Ik hou over het algemeen niet van simulatoren,” gaf hij toe, en deze ervaring heeft zijn scepsis alleen maar versterkt.
Voor Ferrari betekent dit een uitdaging. De data van de simulator is niet alleen essentieel voor de racevoorbereiding, maar ook voor de ontwikkeling van de auto gedurende het seizoen. Het team zal moeten onderzoeken waarom de correlatie voor Hamilton zo afweek en hoe dit in de toekomst kan worden verbeterd. Tot die tijd zal de zevenvoudig wereldkampioen zijn voorbereiding anders moeten inrichten, met een grotere nadruk op het analyseren van data op het circuit zelf en het werk van zijn teamgenoot Leclerc als referentiepunt.



