De Formule 1 staat voor een serieuze uitdaging die de sportgeschiedenis dreigt uit te wissen: het drastisch gewijzigde puntensysteem en de snel groeiende racekalender maken historische vergelijkingen tussen coureurs en seizoenen nagenoeg onmogelijk. Wat voorheen een redelijk consistente manier was om legendes te waarderen, is nu een rekensom geworden die het verleden vertroebelt.
Sinds 2010 kennen we het 25-punten-voor-een-overwinning-systeem, een schril contrast met de 8 tot 10 punten die daarvoor golden. Dit verschil zorgt voor absurde vergelijkingen. Neem Alex Albon: zijn puntentotaal met het huidige systeem, omgerekend naar 1999, zou hem virtueel dicht bij kampioen Mika Hakkinen brengen. Met het toenmalige systeem zou hij echter slechts een fractie daarvan hebben gescoord en verre van een titelpretendent zijn geweest. Zelfs Valtteri Bottas heeft met 1.797 punten meer carrièrepunten dan zevenvoudig wereldkampioen Michael Schumacher, een statistiek die de ware context mist door de systeemverandering.
Deze verandering in het puntensysteem, gecombineerd met een kalender die inmiddels meer dan 20 races telt (vergeleken met de stabiele 16 races per seizoen gedurende een groot deel van de geschiedenis), maakt het lastig om moderne coureurs eerlijk te vergelijken met iconen uit het verleden. Fans missen hierdoor een deel van de context en het gevoel voor de continuïteit van de sport.
Het is een sportieve tragedie die de band met het verleden verbreekt. F1-records zijn nu zo beïnvloed door deze aanpassingen dat het moeilijk is om een objectief beeld te krijgen van de prestaties door de jaren heen. De Formule 1 loopt het risico dat haar eigen, prachtige geschiedenis onbegrijpelijk wordt voor toekomstige generaties fans.

