Prost op weg naar zekere overwinning
De race leek lange tijd een uitgemaakte zaak. Alain Prost had met zijn Renault de controle stevig in handen nadat hij de leiding had overgenomen van Keke Rosberg, die op de 65e ronde uit de race was gecrasht. Met nog slechts een handvol ronden te gaan van de in totaal 76 ronden durende wedstrijd, leek niets een overwinning voor de Fransman in de weg te staan. Het stratencircuit van Monaco staat bekend als een baan waar inhalen nagenoeg onmogelijk is, dus een comfortabele voorsprong in de slotfase is doorgaans een garantie voor de zege. De weergoden beslisten die dag echter anders en veranderden een voorspelbare optocht in een onvergetelijk stuk Formule 1-geschiedenis.
Plotselinge regenval ontketent complete chaos
Met nog maar drie ronden te gaan, begon het licht te regenen boven het prinsdom. Deze regen, gecombineerd met de olie die al op het circuit lag, creëerde een verraderlijk glad wegdek. De combinatie bleek fataal voor de leider in de wedstrijd. In de 74e ronde verloor Prost de controle over zijn wagen bij het uitkomen van de havenchicane. Hij gleed van de baan en kwam hard in aanraking met de Armco-vangrail, waarmee zijn race abrupt ten einde kwam. De leiding werd plotseling in de schoot geworpen van Riccardo Patrese in de Brabham-Ford, die op weg leek naar een onverwachte overwinning.
Een carrousel van koplopers in de slotfase
De promotie van Patrese naar de eerste plaats was echter van zeer korte duur. Slechts enkele momenten later werd de Italiaan zelf het slachtoffer van de verraderlijke omstandigheden. Hij spinde in de beroemde Loews-hairpin en zijn motor sloeg af. Zijn Brabham stond stil, tegen de rijrichting in, en blokkeerde deels de baan. Terwijl Patrese hulpeloos toekeek, schoot de Ferrari van Didier Pironi voorbij om de leiding over te nemen, op de voet gevolgd door Andrea de Cesaris in zijn Alfa Romeo. Het leek beslist, maar het drama was nog lang niet voorbij. Marshals duwden de gestrande wagen van Patrese uit de weg, waarna de Italiaan erin slaagde zijn motor weer aan de praat te krijgen en zijn weg te vervolgen, zij het met een flinke achterstand.
Patrese’s onbewuste en historische eerste zege
Wat volgde in de allerlaatste ronde tart elke verbeelding. Leider Didier Pironi zag zijn droom in rook opgaan toen zijn Ferrari sputterend tot stilstand kwam in de iconische tunnel; de brandstoftank was leeg. Andrea de Cesaris leek de volgende te zijn die de overwinning zou oprapen, maar ook zijn Alfa Romeo gaf er de brui aan. Ook hij had geen brandstof meer voordat hij de koppositie kon overnemen. Door dit bizarre domino-effect van uitvallers was het Riccardo Patrese, de man die eerder vanuit leidende positie was gespind, die als eerste over de finishlijn kwam. Hij behaalde daarmee zijn allereerste Grand Prix-overwinning, maar was zich daar op dat moment totaal niet van bewust. Pas toen hij terugkeerde in de pits, drong het besef door dat hij de winnaar was van een van de meest memorabele races ooit. Pironi en De Cesaris werden ondanks hun uitvalbeurten als tweede en derde geklasseerd. Uiteindelijk waren er slechts zes coureurs die de volledige raceafstand van 76 ronden wisten te voltooien, een passend slot van een werkelijk absurde Grand Prix.



