Ondanks een cruciale FIA ADUO-reddingsboei voor motorupgrades, tempert Audi-teambaas Mattia Binotto de verwachtingen: “Wonderen zijn niet mogelijk”, aldus Binotto. De Duitse renstal staat op het punt aanzienlijke ondersteuning te ontvangen, maar de weg naar de top blijft volgens de teambaas lang en uitdagend.
Het ‘Additional Development and Upgrade Opportunities’ (ADUO) programma van de FIA stelt motorfabrikanten in staat om de prestaties te verbeteren als ze onder specifieke vermogensdrempels presteren. Audi staat op het punt om twee van deze upgrades te ontvangen, essentieel om de kloof met de gevestigde namen te dichten. Eén upgrade is toegestaan als een team 2% achterloopt op de referentiemotor, en meer zijn mogelijk bij een grotere achterstand.
Dit nieuws onderstreept de realistische benadering van Audi in de Formule 1. Binotto benadrukt dat, ondanks deze welkome hulp, het team “geen wonderen kan verrichten” en niet direct een koploper zal zijn. Dit laat zien hoe complex en tijdrovend de ontwikkeling van een competitieve Formule 1-krachtbron is, zelfs met de steun van de sport.
Binotto herhaalde dat de doorlooptijden voor motorontwikkeling erg lang zijn en dat de grootste achterstand op de topteams momenteel bij de krachtbron ligt, iets wat niet onverwacht is. De focus blijft liggen op Audi’s langetermijnplan voor 2030. De teambaas wil vasthouden aan deze strategie, wetende dat snelle oplossingen niet realistisch zijn in de complexe wereld van de F1-motoren.

