Audi’s CEO, Gernot Döllner, heeft aangegeven dat de Duitse fabrikant openstaat voor een mogelijke terugkeer van V8-motoren in de Formule 1. Deze opmerkelijke uitspraak komt terwijl de sport zich nog maar net heeft vastgelegd op de nieuwe V6-hybridereglementen die dit seizoen zijn ingegaan. De discussie over de volgende motorformule, die vanaf 2031 of zelfs eerder van kracht kan worden, is hiermee in een stroomversnelling gekomen.
Döllner: ‘Geen problemen met V8-motoren’
Hoewel het Formule 1-seizoen van 2026 pas net onderweg is met de langverwachte nieuwe technische reglementen, wordt achter de schermen al intensief gesproken over de volgende stap. De centrale vraag is welke richting de sport op moet na 2030. In dit debat heeft Audi, dat dit jaar zijn debuut maakt als motorleverancier, een onverwacht flexibele houding aangenomen. Gevraagd naar de mogelijkheid van een terugkeer naar V8-motoren, reageerde CEO Gernot Döllner verrassend positief.
“Ja, waarom zouden we dat niet accepteren?” stelde Döllner. Om zijn punt te onderstrepen, verwees hij naar een recent product van het merk. “Ik bedoel, de Nuvolari heeft een V8, dus we hebben geen problemen met V8-motoren.” Hij doelde hiermee op de nieuwe hybride supercar die Audi afgelopen donderdag officieel lanceerde. Döllner benadrukte echter dat de keuze voor een motortype niet op zichzelf staat. “Je moet dit in de algehele context zien. Het selecteren van slechts één aspect van een reglement beantwoordt niet de overkoepelende vraag waar je naartoe wilt. De FIA leidt dit proces, wij maken deel uit van dat proces, en ik ben zeer optimistisch dat de uitkomst goed zal zijn.”
De achtergrond van een vroegtijdige motordiscussie
De uitspraken van Döllner komen niet uit de lucht vallen. Zowel FIA-president Mohammed Ben Sulayem als Formule 1-CEO Stefano Domenicali hebben zich al positief uitgelaten over een toekomst met V8-motoren die draaien op duurzame brandstoffen. In hun visie zou de elektrische component van de aandrijflijn aanzienlijk kleiner moeten worden dan in de huidige 2026-reglementen, die een 50/50 verdeling tussen de verbrandingsmotor en elektrische kracht voorschrijven.
Domenicali gaf recentelijk in een interview aan dat de Formule 1 bij het vormgeven van toekomstige reglementen minder afhankelijk moet worden van de wensen van de fabrikanten (OEM’s). Tegelijkertijd benadrukte hij dat brede steun van deze fabrikanten cruciaal blijft voor de gezondheid van de sport. De discussie over de reglementen voor 2031, die mogelijk naar voren gehaald kunnen worden als er voldoende steun is, is dus al in volle gang. De open houding van een nieuwe speler als Audi geeft de sportbestuurders meer speelruimte.
Spanning tussen duurzaamheid en de roep om spektakel
De entree van Audi in de Formule 1 werd sterk gedreven door een visie op duurzaamheid. De reglementen van 2026, met hun nadruk op synthetische brandstoffen en een aanzienlijk elektrisch vermogen, waren een sleutelfactor in de beslissing van het Duitse merk om in te stappen. De bereidheid om een V8-concept te overwegen, lijkt op het eerste gezicht in tegenspraak met deze initiële motivatie. Het toont echter ook een pragmatische kant van de fabrikant, die begrijpt dat de Formule 1 een balans moet vinden tussen technologische relevantie en de entertainmentwaarde voor de fans.
Een terugkeer naar V8-motoren, zelfs op duurzame brandstoffen, zou een significante koerswijziging betekenen. Het zou de focus verleggen van de complexe en relatief stille V6-hybrides naar luidere en emotionelere krachtbronnen, iets waar veel fans en ook F1-topfiguren naar verlangen. De opmerkingen van Döllner suggereren dat Audi bereid is om mee te denken over een toekomst die niet per se een directe afspiegeling is van de technologie in hun personenauto’s, zolang het totale reglementenpakket maar coherent is.
Wat Audi’s flexibiliteit betekent voor de toekomst
De positieve reactie van Audi op een potentieel V8-scenario is een belangrijke ontwikkeling in de vroege fase van de onderhandelingen over de toekomst van de sport. Het geeft aan dat de fabrikanten die zich recent aan de sport hebben verbonden, niet onwrikbaar vasthouden aan de huidige technische filosofie. Dit kan de weg vrijmaken voor een reglement dat meer gericht is op spektakel en eenvoud, zonder de duurzaamheidsdoelstellingen volledig overboord te gooien door het gebruik van synthetische brandstoffen.
Hoewel de definitieve beslissingen nog jaren op zich laten wachten, is de toon gezet. De Formule 1 onderzoekt actief een toekomst die wellicht meer teruggrijpt op het geluid en de emotie van weleer, maar dan in een modern, duurzaam jasje. Dat een technologisch georiënteerd merk als Audi hier niet bij voorbaat ‘nee’ tegen zegt, is een veelzeggend signaal voor de richting die de koningsklasse van de autosport de komende jaren zou kunnen inslaan.



