Een safety car die alles op zijn kop zette
Het was een race die de dominantie van het team uit Woking perfect had moeten illustreren. Juan Pablo Montoya had de touwtjes strak in handen en controleerde de race vanaf de leiding, met een comfortabele voorsprong van ongeveer drie seconden op zijn teamgenoot Kimi Räikkönen. De McLaren MP4-20 was oppermachtig op het Canadese circuit en een één-tweetje leek een formaliteit. Maar Formule 1, en zeker de Grand Prix van Canada, is zelden voorspelbaar.
De ommekeer kwam in ronde 49. Jenson Button verloor de controle over zijn BAR-Honda en belandde in de beruchte ‘Wall of Champions’, de muur aan de buitenkant van de laatste chicane die al zoveel kampioenen had gevloerd. De crash zorgde onvermijdelijk voor een safety car, het signaal voor de meeste teams om de pits in te duiken voor een strategische stop. McLaren reageerde ook, maar de beslissing die volgde, zou de race van Montoya volledig ontsporen. Omdat Räikkönen als eerste binnenkwam voor zijn service, moest de leidende Montoya een extra, tergend langzame ronde achter de safety car afleggen voordat hij de pits kon opzoeken. Zijn comfortabele voorsprong was in één klap verdampt.
De fatale rode lamp voor Montoya
Alsof het verlies van de leiding nog niet pijnlijk genoeg was, ging het voor de Colombiaan van kwaad tot erger. Na zijn pitstop wilde hij zo snel mogelijk terug de baan op om de schade te beperken. In de hectiek verliet hij de pitstraat terwijl het rode licht aan het einde nog brandde. Een rode lamp bij de pit-exit is een ondubbelzinnig signaal dat er verkeer op de baan nadert en dat wachten verplicht is. Het negeren ervan is een van de zwaarste overtredingen die een coureur kan begaan.
Terwijl Montoya zich op de tweede plaats achter Räikkönen weer in de race voegde, kwam het onheilspellende bericht dat de stewards het incident onderzochten. Korte tijd later volgde de onvermijdelijke en keiharde beslissing: de zwarte vlag. Diskwalificatie. Voor Montoya, die de race tot de safety car-fase volledig had gedomineerd, was de deceptie compleet. Een zekere overwinning veranderde in een roemloze aftocht.
Kampioenschapsdroom Räikkönen krijgt nieuwe impuls
Waar de een zijn Waterloo vond, profiteerde de ander maximaal. Kimi Räikkönen erfde de leiding en reed de race gecontroleerd uit naar de overwinning. Deze zege was van onschatbare waarde voor zijn jacht op de wereldtitel. Zijn voornaamste concurrent, Renault-coureur Fernando Alonso, was eerder in de race al uitgevallen, waardoor Räikkönen de achterstand in het kampioenschap aanzienlijk verkleinde.
Achter de Fin profiteerde ook Ferrari onverwacht van de chaos. Michael Schumacher en Rubens Barrichello, die een moeizaam seizoen kenden, mochten als tweede en derde mee naar het podium. Het was een onverhoopt dubbelpodium voor de Scuderia, maar alle aandacht ging uit naar het drama bij McLaren. Een team dat op weg leek naar een dominante dubbelzege, maar uiteindelijk met slechts één auto de finish haalde en met een enorme kater achterbleef.
McLaren door het stof: Ron Dennis neemt de schuld
De fout in de pitstraat was meer dan alleen een inschattingsfout van Montoya. Het was het resultaat van een misverstand binnen het team, dat onder de hoogspanning van de safety car-procedure de communicatie niet op orde had. Na de race volgde dan ook een zeldzaam publiekelijk mea culpa van het doorgaans zo gesloten team. Teambaas Ron Dennis nam persoonlijk de verantwoordelijkheid voor het incident dat zijn coureur de overwinning had gekost.
In een officiële verklaring bood McLaren excuses aan Montoya aan voor de “miscommunicatie” die tot de diskwalificatie had geleid. Het was een pijnlijke, maar noodzakelijke stap die de interne verhoudingen moest herstellen. Terwijl de Formule 1-paddock zich vandaag opmaakt voor de editie van 2026, herinnert het verhaal van 21 jaar geleden ons eraan dat op het Circuit Gilles Villeneuve niets zeker is tot de vlag valt. Een les die McLaren in 2005 op de hardst mogelijke manier leerde.



