Zak Brown, de CEO van McLaren, heeft opnieuw felle kritiek geuit op de innige samenwerking tussen Red Bull Racing en zusterteam Racing Bulls. In een recent interview noemt Brown de constructie ‘ongezond’ en waarschuwt hij voor de risico’s die het mede-eigendom van twee teams met zich meebrengt voor de sportieve integriteit van de Formule 1. Zijn uitspraken leggen een al jaren sluimerende discussie binnen de paddock bloot.
Tien jaar aan bezwaren tegen het A/B-model
Al sinds Red Bull in 2005 de Formule 1 betrad, en kort daarna in 2006 het team van Minardi overnam om het om te dopen tot Toro Rosso, is de structuur met een zusterteam uniek op de grid. Dit team uit Faenza, dat sindsdien ook bekend stond als AlphaTauri, VCARB en vanaf 2025 als Racing Bulls, heeft altijd gediend als kweekvijver voor het hoofdteam. Grote namen als Sebastian Vettel, Max Verstappen, Daniel Ricciardo en meer recent Isack Hadjar hebben hier hun eerste meters gemaakt alvorens de overstap naar de hoofdmacht te maken.
Voor Zak Brown is deze constructie echter al jaren een doorn in het oog. “Ik roep dit al tien jaar: ik houd niet van mede-eigendom,” stelde de McLaren-baas onomwonden tegenover Sky Sports F1. “Ik houd niet van A/B-teams. Ik denk dat het een groot risico vormt voor het compromitteren van de sportieve integriteit.” Brown is een van de meest uitgesproken tegenstanders van een model waarbij personeel, data of middelen tussen twee op papier concurrerende teams gedeeld kunnen worden, en hij schuwt de kritiek niet.
Singapore 2024 als pijnlijk precedent
De bezwaren van Brown zijn niet louter theoretisch. Hij verwijst naar een specifiek incident tijdens de Grand Prix van Singapore in 2024 als bewijs van hoe de samenwerking de sportieve verhoudingen kan verstoren. In die race zette Daniel Ricciardo, destijds rijdend voor het zusterteam, de snelste raceronde neer. Hoewel dit op zichzelf een knappe prestatie was, had het een direct gevolg voor de concurrentie van Red Bull.
Door de snelste ronde te noteren, snoepte Ricciardo het extra kampioenschapspunt af van McLaren-coureur Lando Norris. Dat punt was niet alleen belangrijk voor McLaren, maar de actie van Ricciardo hielp indirect de titelaspiraties van Red Bull’s Max Verstappen. Dit voorval zette kwaad bloed en voedde de discussie over de onafhankelijkheid van de teams. Het werd door critici gezien als een duidelijk voorbeeld van hoe een zusterteam strategisch kan worden ingezet om het hoofdteam te bevoordelen in een cruciale fase van het kampioenschap.
De strijd om sportieve integriteit
Hoewel de Formule 1 inmiddels de regel heeft afgeschaft die een extra punt toekent voor de snelste raceronde, blijft de kern van het probleem volgens Brown overeind. De controverse rondom Singapore 2024 illustreert precies waar zijn zorgen liggen: het potentieel voor belangenverstrengeling. De fundamentele vraag is of twee teams met dezelfde eigenaar ooit volledig onafhankelijke concurrenten kunnen zijn op het scherpst van de snede.
De Formule 1 is gebouwd op het principe van constructeurs die elk hun eigen strijd voeren op de baan. De nauwe banden tussen Red Bull en Racing Bulls doen afbreuk aan dat principe, zo luidt de kritiek. De mogelijkheid om strategische beslissingen te nemen die één team bevoordelen ten koste van de rest van het veld, ondermijnt de eerlijkheid van de competitie. Browns herhaalde oproep is dan ook een pleidooi voor striktere regels rondom teameigendom om de sport zuiver en de competitie eerlijk te houden voor alle deelnemers.



