De Braziliaanse Grand Prix van 1992 was een F1-weekend vol drama en verrassingen. In Interlagos zagen we McLaren zes auto’s meebrengen, de FIA die een superlicentie introk en zelfs de laatste poging van een vrouwelijke coureur om zich te kwalificeren. Een schouwspel dat de diepe kloven in de sport pijnlijk blootlegde.
Topteam McLaren arriveerde met drie nieuwe MP4/7A’s én drie oudere MP4/6B’s, een bizar gezicht. Betrouwbaarheidsproblemen met de gloednieuwe auto maakten een overschot aan chassis noodzakelijk. De strategie pakte desastreus uit: Ayrton Senna viel vroeg uit door motorproblemen, terwijl Gerhard Berger na slechts vier ronden moest opgeven. Een dieptepunt voor het dominante team.
FIA-drama rondom Perry McCarthy
Aan de andere kant van de grid voltrok zich een absurder drama rondom coureur Perry McCarthy van het noodlijdende Andrea Moda-team. Na persoonlijke offers voor zijn superlicentie, trok de FIA deze op technische gronden in. McCarthy kon geen tijd zetten in de verplichte voorkwalificatie, waarmee zijn Braziliaanse droom al voor de start voorbij was. Dit symboliseerde de immense strijd van de kleinere teams.
Terwijl Williams de race dominant met een één-twee finish afsloot, werd pijnlijk duidelijk hoe groot de verschillen waren tussen F1-reuzen en de achterhoede. Dit weekend vol incidenten vatte de rauwe realiteit van de Formule 1 in 1992 perfect samen.

