Verdeeldheid over 60:40 vermogenssplit
De kern van de discussie is de vermogensverdeling van de huidige generatie power units, die sinds de start van het seizoen 2026 in gebruik zijn. Deze reglementen schrijven een 50:50-verdeling voor tussen de verbrandingsmotor (ICE) en de aanzienlijk krachtigere elektrische systemen, met een batterij van 350 kilowatt. Al in de eerste races van het seizoen werden de nadelen van deze opzet pijnlijk duidelijk. Coureurs kregen te maken met ‘super-clipping’, waarbij de elektrische ondersteuning wegvalt, en moesten veelvuldig aan ‘lift and coast’ doen om energie te sparen, zelfs tijdens kwalificatieronden. Dit betekent dat vol gas rijden over een hele ronde vaak onmogelijk is.
Om deze problemen aan te pakken, hebben hooggeplaatste figuren binnen de sport, waaronder de motorfabrikanten, gesproken over een aanpassing voor 2027. Het voorstel is om de verhouding te wijzigen naar een 60:40-split, ten gunste van de verbrandingsmotor. Hiermee zou de afhankelijkheid van de batterijsystemen worden verminderd, wat het racen ten goede moet komen. Voor een dergelijke wijziging is echter een supermeerderheid nodig in de Power Unit Advisory Committee (PUAC). Dit adviesorgaan bestaat uit de vijf motorfabrikanten (Audi, Ferrari, Honda, Mercedes HPP en Red Bull Powertrains), de Formule 1 en de FIA. Een supermeerderheid vereist de steun van vier van de vijf fabrikanten, plus die van zowel de F1 als de FIA.
Mercedes voor, Audi en Ferrari lijnrecht tegenover elkaar
De benodigde meerderheid lijkt op dit moment onhaalbaar. Toto Wolff heeft namens Mercedes HPP aangegeven voorstander te zijn van de 60:40-verdeling. Het merk uit Stuttgart erkent hiermee impliciet de fundamentele problemen van de huidige 50:50-filosofie en ziet een aanpassing als een logische stap om de sport te verbeteren. Daarmee staan ze echter grotendeels alleen. Honda heeft een neutrale positie ingenomen en aangegeven elke beslissing van de FIA te zullen volgen, wat de deur openlaat voor steun maar geen actieve lobby betekent.
De echte blokkade komt van Ferrari en met name Audi. Beide fabrikanten zijn naar verluidt tegen de voorgestelde wijziging. Voor Audi, dat in 2026 als nieuwe fabrikant toetrad, is de situatie bijzonder frustrerend. Het Duitse merk heeft zwaar geïnvesteerd in technologie en infrastructuur die volledig is afgestemd op de 50:50-verdeling. Het vooruitzicht dat deze fundamentele pijler van het reglement al na één seizoen wordt gewijzigd, wordt in Ingolstadt met grote onvrede ontvangen. Ook Ferrari heeft zich tegen het plan gekeerd, waardoor er met twee tegenstanders onder de fabrikanten geen sprake kan zijn van de vereiste supermeerderheid.
Toekomst van de motorregels op een kruispunt
Met de huidige patstelling lijkt het voorstel om de motorregels voor 2027 aan te passen gedoemd te mislukken. De weerstand van twee invloedrijke fabrikanten als Audi en Ferrari is te groot om te overwinnen binnen de huidige bestuursstructuur. Dit betekent dat de teams en motorleveranciers zich waarschijnlijk moeten voorbereiden op het voortzetten van de 50:50-verdeling. De focus zal nu moeten verschuiven van een reglementswijziging naar het vinden van technische oplossingen binnen de bestaande kaders om de problemen met energiemanagement op te lossen.
Hoewel er voor de Grand Prix van Miami al enkele softwarematige aanpassingen werden doorgevoerd om de ergste problemen te verhelpen, toont de discussie aan dat de fundamenten van het 2026-reglement ter discussie staan. De patstelling in de PUAC legt de complexe politieke verhoudingen in de Formule 1 bloot, waar technische idealen en strategische belangen van fabrikanten onvermijdelijk met elkaar botsen. Voorlopig lijkt de Formule 1 vast te zitten aan de uitdagingen die de 50:50-motoren met zich meebrengen.



