Stella’s pleidooi: meer tijd nodig voor fundamentele problemen
Volgens Andrea Stella is een vertraging van een jaar essentieel om een “groter probleem” met de toekomstige reglementen op te lossen. De kern van de zorg ligt bij het gedrag van de nieuwe generatie power units, met name het fenomeen dat bekendstaat als ‘super-clipping’. Dit verwijst naar het drastische vermogensverlies dat optreedt wanneer de elektrische energie van de batterij is opgebruikt en de auto volledig afhankelijk wordt van de verbrandingsmotor. Stella is van mening dat de huidige plannen en de recente aanpassingen niet volstaan om dit probleem effectief te verhelpen. Een extra jaar ontwikkelingstijd zou de motorfabrikanten de kans geven om tot robuustere en beter doordachte oplossingen te komen die de kwaliteit van het racen ten goede komen.
De context: FIA’s recente aanpassingen en de 50/50-split
De discussie over de motorreglementen is al langer gaande. Vorige week werd bevestigd dat de FIA afstapt van de oorspronkelijk beoogde 50/50-verdeling in vermogen tussen de verbrandingsmotor (ICE) en de 350 kilowatt batterijen voor het seizoen 2027. Dit plan was juist een sleutelelement om nieuwe fabrikanten aan te trekken. Ter vergelijking: in 2025, het laatste seizoen met de huidige generatie motoren, ligt de verhouding rond de 80/20 in het voordeel van de verbrandingsmotor.
De aantrekkingskracht van de nieuwe regels was succesvol. Vanaf 2027 zal Audi als volledig fabrieksteam toetreden, keert Honda officieel terug in de sport en wordt Ford een technische partner van het nieuwe Red Bull Powertrains. Daarnaast ontwikkelt General Motors een eigen motor voor Cadillac, die vanaf 2029 op de grid moet verschijnen. Tot die tijd zal het Amerikaanse team gebruikmaken van Ferrari-motoren als klantenteam.
Super-clipping: de kern van de technische uitdaging
Het fenomeen ‘super-clipping’ vormt de grootste technische horde. Zodra de 350 kW aan elektrische energie is verbruikt, valt de auto terug op enkel het vermogen van de verbrandingsmotor. Dit leidt tot een plotseling en aanzienlijk verlies van snelheid op de rechte stukken, wat het racen onvoorspelbaar en potentieel minder aantrekkelijk kan maken. Om dit probleem te beperken, werden er voorafgaand aan de Grand Prix van Miami al enkele regelaanpassingen doorgevoerd. Voorheen was er een limiet van 250 kW die tijdens het ‘clippen’ kon worden bijgeladen, maar deze beperking is nu opgeheven. Auto’s kunnen nu de batterijen opladen tot de volledige capaciteit van 350 kW. Ondanks deze aanpassing is Stella van mening dat de fundamentele architectuur van de power unit een grotere uitdaging vormt die meer tijd vereist om op te lossen.
Gevolgen van uitstel voor fabrikanten en de sport
Een eventueel uitstel naar 2028 zou aanzienlijke gevolgen hebben voor de betrokken motorfabrikanten. Partijen als Audi, Honda en Red Bull Ford Powertrains zijn al vergevorderd met de ontwikkeling van hun aandrijflijnen, gebaseerd op de 2027-deadline. Een jaar vertraging zou hun strategische planning, budgetten en ontwikkelingsprogramma’s volledig op de schop gooien. Het voorstel van Stella plaatst de Formule 1-leiding voor een dilemma: vasthouden aan de huidige planning en de risico’s op technische problemen voor lief nemen, of de fabrikanten meer tijd gunnen met het risico op oplopende kosten en verstoring van de voorbereidingen. De komende periode zal moeten uitwijzen of het pleidooi van McLaren gehoor vindt bij de FIA en de andere teams.



