Michele Alboreto, de laatste Italiaan die een Formule 1-Grand Prix won voor het iconische Ferrari, was een coureur die de harten van de Tifosi veroverde. Zijn droom om wereldkampioen te worden in het scharlakenrood van Maranello leek in 1985 werkelijkheid te worden, maar strandde door technische malheur. Zijn veelzijdige carrière kende successen in zowel de Formule 1 als op Le Mans, maar kwam op 25 april 2001 op tragische wijze ten einde tijdens een test op de Lausitzring.
De droom die een nachtmerrie werd: titelstrijd bij Ferrari
Voor een Italiaanse coureur is er geen grotere eer dan rijden voor Ferrari. Michele Alboreto verwezenlijkte die droom in 1984. Het hoogtepunt van zijn Ferrari-periode, en van zijn F1-carrière, volgde in 1985. Met de Ferrari 156/85 was hij een serieuze uitdager voor de wereldtitel, in een direct gevecht met Alain Prost in de McLaren. Alboreto toonde zijn klasse met overwinningen in Canada en Duitsland en leidde het kampioenschap naarmate het seizoen vorderde.
De droom van een Italiaanse kampioen in een Ferrari, de eerste sinds Alberto Ascari in 1953, leek binnen handbereik. Echter, in de tweede helft van het seizoen sloeg het noodlot toe. De betrouwbaarheid van de Ferrari liet hem volledig in de steek. Vier opeenvolgende uitvalbeurten door problemen met de turbo en motor maakten een einde aan zijn titelaspiraties. Terwijl Prost de titel pakte, moest een teleurgestelde Alboreto genoegen nemen met de tweede plaats in het kampioenschap. Het zou zijn enige echte kans op de wereldtitel blijken. Zijn latere jaren bij Ferrari, tot eind 1988, werden gekenmerkt door minder competitief materiaal.
Van Tyrrell’s laatste Cosworth-triomf tot Le Mans-glorie
Alboreto’s carrière was veel meer dan alleen zijn tijd bij Ferrari. Hij maakte zijn debuut in 1981 voor het legendarische team van Ken Tyrrell en liet al snel zijn talent zien. In 1982 behaalde hij zijn eerste overwinning in de seizoensfinale op het parkeerterrein van het Caesars Palace in Las Vegas. Een jaar later, in Detroit, schreef hij opnieuw geschiedenis. Zijn zege was de allerlaatste voor de iconische Ford-Cosworth DFV-motor, een motorblok dat een heel tijdperk in de Formule 1 had gedomineerd. Deze prestaties plaveiden de weg naar zijn droomtransfer naar Maranello.
Na zijn Formule 1-carrière, die hij in 1994 bij Minardi afsloot, vond Alboreto nieuw succes in de endurance-racerij. Zijn ervaring en snelheid maakten hem een gewilde coureur in de sportscars. Het absolute hoogtepunt was zijn overwinning in de 24 uur van Le Mans in 1997, waar hij een Porsche van Joest Racing deelde met Stefan Johansson en de toen nog jonge Tom Kristensen. Ook in Amerika was hij succesvol: slechts een maand voor zijn overlijden won hij in 2001 de 12 uur van Sebring met het fabrieksteam van Audi, samen met Rinaldo Capello en Laurent Aiello.
Een fatale klapband op de Lausitzring
Op 25 april 2001 was Alboreto aan het testen met de Audi R8 Le Mans-auto op de EuroSpeedway Lausitz in Duitsland, ter voorbereiding op de race op Le Mans later dat jaar. Tijdens een run op hoge snelheid op het rechte stuk ging het gruwelijk mis. Een klapband zorgde ervoor dat hij de controle over de auto verloor en met hoge snelheid crashte. De impact was hevig en Alboreto, slechts 44 jaar oud, was op slag dood. De autosportwereld was in shock door het verlies van een van haar meest geliefde en gerespecteerde coureurs.
Meer dan een coureur: ‘Een fantastisch mens’
Naast zijn prestaties op de baan, wordt Michele Alboreto vooral herinnerd om zijn karakter. Hij stond bekend als een echte gentleman: benaderbaar, vriendelijk en professioneel. Hij was geliefd bij collega’s, teams en fans. Zijn voormalige teamgenoot Stefan Johansson, met wie hij zowel bij Ferrari als bij de Le Mans-overwinning reed, omschreef hem als een uitzonderlijk persoon.
Volgens Johansson was Alboreto een fantastische teamgenoot die altijd eerlijk en open was. Op de baan was hij razendsnel, maar maakte hij zelden fouten. “Je wist altijd wat je aan Michele had,” aldus de Zweed. Deze combinatie van snelheid, consistentie en een warme persoonlijkheid maakte hem een unieke figuur in de paddock. Zijn nalatenschap is die van een getalenteerd en veelzijdig coureur, maar bovenal die van een goed mens die veel te vroeg werd weggenomen.



