Zak Brown, de CEO van McLaren Racing, heeft de aanval geopend op het zogeheten ‘B-team’ model in de Formule 1. In een scherpe verklaring stelt hij dat de nauwe allianties tussen teams, en in het bijzonder de relatie tussen Red Bull Racing en Visa Cash App RB (VCARB), de eerlijkheid van de sport in gevaar brengen. Brown roept de FIA en de Formule 1-organisatie op om de reglementen aan te scherpen en de onafhankelijkheid van alle tien constructeurs te waarborgen.
Gezamenlijk eigendom ondermijnt de competitie
De kern van Browns kritiek richt zich op constructies waarbij één eigenaar twee teams in bezit heeft. Volgens de Amerikaan is dit een fundamenteel probleem voor de sportieve integriteit. “Dit is een serieuze kwestie voor de eerlijkheid van de Formule 1 en voor de fans,” aldus Brown. Hoewel er meerdere samenwerkingen bestaan op de grid, zoals die tussen Haas en Ferrari of Williams en Mercedes, is de situatie bij Red Bull en VCARB volgens hem van een andere orde. Het gezamenlijke eigendom creëert een situatie die de grenzen van een normale klantrelatie ver overschrijdt.
Brown wijst op de nieuwe VCARB 01, de wagen voor het seizoen 2024, die opvallende gelijkenissen vertoont met de dominante RB19 van Red Bull van vorig jaar. De intensievere samenwerking tussen de twee teams, die recent werd aangekondigd, leidt volgens de McLaren-topman tot een vorm van technische en intellectuele overdracht die niet in de geest van de sport is. De Formule 1 is bedoeld als een kampioenschap voor tien onafhankelijke constructeurs, maar het huidige model dreigt dit principe uit te hollen. Hij stelt dat dergelijke allianties een oneerlijk voordeel opleveren dat de competitieve balans verstoort.
Een maas in de wet van het budgetplafond
Een ander significant bezwaar van Brown betreft de manier waarop deze samenwerkingen het budgetplafond kunnen omzeilen. Het budgetplafond is ingevoerd om de uitgaven van teams te beperken en het speelveld gelijker te maken. De constructie met A- en B-teams creëert echter een maas in de wet. Personeel kan bijvoorbeeld worden gedeeld of overgeplaatst tussen de twee organisaties. Hierdoor kan een A-team in de praktijk profiteren van de expertise en mankracht van het B-team, zonder dat dit volledig ten laste komt van het eigen budget.
Dit geeft een organisatie met twee teams een aanzienlijk voordeel ten opzichte van een zelfstandig opererend team als McLaren. Het stelt hen in staat om meer middelen en personeel in te zetten voor de ontwikkeling van de auto’s. Volgens Brown is dit een onbedoeld neveneffect van de huidige reglementen dat dringend moet worden aangepakt. “Als de regels vandaag geschreven zouden worden, zouden dit soort relaties niet worden toegestaan,” stelt hij vastberaden.
De roep om tien onafhankelijke constructeurs
De oplossing is volgens Brown duidelijk: de reglementen moeten worden aangescherpt om ervoor te zorgen dat alle tien teams op de grid volledig onafhankelijk zijn. Hij pleit voor een duidelijke afbakening die de overdracht van intellectueel eigendom en personeel tussen teams aan banden legt. Het doel is om een competitie te creëren waarin elke constructeur op eigen kracht en merites opereert, wat volgens hem ook is wat de fans willen zien. Niemand wil volgens hem allianties die de uitslag van een race of kampioenschap beïnvloeden.
Brown heeft zijn zorgen inmiddels gedeeld met zowel de FIA als het Formule 1-management en geeft aan dat zijn standpunten serieus worden genomen. Met de discussies over de nieuwe reglementen voor 2026 in volle gang, is dit een cruciaal moment om de structuur van de sport te herzien. De uitspraken van Brown zullen de discussie ongetwijfeld aanwakkeren en de druk op de regelgevers opvoeren. De prestaties van VCARB in het komende seizoen zullen nauwlettend in de gaten worden gehouden, want een sterke opmars van het zusterteam van Red Bull zal de argumenten van de McLaren-CEO alleen maar kracht bijzetten.



