Charles Leclerc heeft zijn hart gelucht over de Formule 1-kwalificatie van nu, en stelt dat de ‘moed’ die voorheen zo cruciaal was, langzaam verdwijnt.
Volgens de Ferrari-coureur dwingt het huidige energiebeheer coureurs om hun aanpak drastisch aan te passen. Op circuits zoals Melbourne en Suzuka, die veel energie vreten, moeten rijders constant nadenken over het terugwinnen van energie en zelfs ‘liften en uitrollen’ om genoeg elektrische power over te houden voor een hele ronde. Dit betekent dat auto’s soms zichtbaar ‘de-raten’ in snelle bochten, iets wat voorheen ondenkbaar was in een alles-of-niets kwalificatieronde.
Dit verandert de essentie van kwalificatie, waar pure snelheid en het nemen van risico’s altijd centraal stonden. Leclerc mist de belonende sensatie van het opzoeken van de absolute limiet in Q3. Hij stelt dat kleine fouten of zelfs het testen van grenzen nu direct worden afgestraft met energieverlies, waardoor consistentie belangrijker is geworden dan pure moed. Fans zien hierdoor mogelijk minder spectaculaire kwalificaties.
Fernando Alonso beschreef het rijden op Suzuka al als een ‘oplaadstation’ voor de batterijen, wat de frustratie van Leclerc onderstreept. Er zijn al gesprekken gaande vóór de Grand Prix van Miami om de technische reglementen aan te passen. Het is duidelijk dat dit een bekend probleem is waar de FIA en de teams serieus naar kijken, hopend op een oplossing die de spanning en de ‘brave’ factor terugbrengt in de kwalificatiesessies.

