‘De auto wilde je in elke bocht doden.’ Een uitspraak die de Formule 1 van de jaren ’80 perfect samenvat, direct uit de mond van legende Nigel Mansell. In een tijdperk waar brute kracht en onvoorspelbaarheid de boventoon voerden, waren coureurs zoals Mansell ware temmers van de F1-monsters. Met het verdwijnen van de MGU-H uit de F1-reglementen en de terugkeer van turbogat, blikken we terug op een tijdperk waarin de rechtervoet van de coureur allesbepalend was.
Mansell over de ruwe 80’s
Mansell, die zich voorbereidt op een speciale gastrol tijdens de Britse Grand Prix, deelt zijn onvergetelijke ervaringen met de krachtige, twin-turbo motoren. ‘Je moest anticiperen en twee seconden voordat je het nodig had, gas geven,’ legde Mansell uit. Dit was cruciaal om het beruchte ’turbogat’ – de vertraging tussen gas geven en daadwerkelijk vermogen – te overwinnen. Fouten betekenden vaak dramatische exits, zoals Mansell en Keke Rosberg in ’85 moesten ervaren.
De Britse Leeuw herinnert zich levendig de overwinning op Nelson Piquet tijdens de Britse Grand Prix van 1987, waarbij hij zijn Williams FW11B tot het uiterste dreef, zelfs toen de brandstofmeter al rood stond en de zuigers smolten. Dit illustreert de ultieme balans tussen risico en beloning. De uitdagingen van toen, met motoren die constant zuigerfalen kenden en enorme lag vertoonden, geven een fascinerende inkijk in de evolutie van de F1-techniek en de heldendaden van de coureurs die ze bedwongen.

