De Formule 1-starts zijn drastisch veranderd door de aankomende 2026-reglementen, en de eerste races van dit seizoen laten al zien wie de nieuwe uitdagingen omarmt en wie moeite heeft. De herziene krachtbronnen, zonder de MGU-H, maken de vermogensafgifte onvoorspelbaarder, waardoor elke meter naar de eerste bocht van cruciaal belang is. Het is een fase waarin posities worden gewonnen of verloren, en dat zien we nu duidelijk terug op de baan.
Na de eerste drie raceweekenden is er een duidelijk beeld ontstaan: sommige teams vliegen uit de startblokken, terwijl anderen kostbare posities verliezen. Deze analyse van de openingsfase werpt licht op de grote winnaars en de teams die nog hard moeten werken om het tij te keren. Voor de fans betekent dit meer spanning en onvoorspelbaarheid direct na het doven van de lichten!
Ferrari-aangedreven teams hebben over de eerste vier races – inclusief de sprint in China – maar liefst 25 posities gewonnen in de openingsronde. Daarmee laten ze de concurrentie ver achter zich. Williams verrast hierbij als individuele koploper met 18 gewonnen posities, gevolgd door het fabrieksteam van Ferrari met 17. Dit is extra indrukwekkend, gezien Ferrari vaak vanaf de voorste rijen start, waar het winnen van posities veel moeilijker is.
Aan de andere kant van het spectrum staat Red Bull, wiens aangedreven auto’s 21 posities hebben verloren, en Audi zelfs 26. Bij Mercedes is het een gemengd beeld: hun fabrieksteam heeft 22 posities verloren, terwijl klantenteams zoals Alpine en McLaren juist terrein winnen. Op individueel niveau blinkt Carlos Sainz uit met 12 gewonnen posities, terwijl Nico Hülkenberg met 21 verloren posities het meest worstelt. De startprocedure is nu meer dan ooit een bepalende factor in het verdere raceweekend.

