De poging van de FIA om de kwalificatieproblemen tijdens de Grand Prix van Japan aan te pakken, heeft volgens Liam Lawson niet het gewenste effect gehad. De coureur liet weten dat de ingevoerde regelwijziging, gericht op het verminderen van ‘super-clipping’, “niet voelde alsof” het enig verschil maakte op het iconische circuit van Suzuka.
Voorafgaand aan het raceweekend in Japan had de FIA de te gebruiken energieniveaus voor de kwalificatie verlaagd van 9MJ naar 8MJ. De intentie was om ‘lift-and-coast’ en het beruchte ‘super-clipping’ te beperken, zodat coureurs meer ‘flat-out’ konden rijden – zoals de sport eigenlijk hoort te zijn. Helaas bleef ‘super-clipping’ een prominente rol spelen, met name bij het ingaan van de bloedsnelle 130R bocht, tot frustratie van veel coureurs en fans.
Lawson’s analyse: Geen verschil
Gevraagd naar de impact van de wijzigingen, was Lawson duidelijk: “Het voelde niet [alsof het enig verschil maakte].” Hij benadrukte dat elk circuit anders is, wat een directe vergelijking met eerdere instellingen bemoeilijkt. Lawson, die Suzuka ook kent van zijn tijd in de Super Formula, heeft echter een uniek perspectief. Hij vergeleek de Formule 1-bolides met de Super Formula-auto’s op Suzuka, bekend om hun uitzonderlijke bochtsnelheden, ondanks minder pk’s.
Deze kritiek van Lawson onderstreept de uitdagingen waar de FIA voor staat. Met geplande vergaderingen deze maand om de kwalificatieproblemen aan te pakken, zal de bond ongetwijfeld naar effectievere oplossingen moeten zoeken voor een eerlijkere en nog spectaculairder Formule 1-kwalificatie.

