Allan McNish, sinds april de nieuwe racedirecteur van Audi’s Formule 1-project, richt zijn blik dit weekend op het Circuit de la Sarthe. Op de vooravond van de 94e editie van de 24 Uur van Le Mans sprak de drievoudig winnaar met RacingNews365 over zijn diepe band met de legendarische race. Hoewel zijn professionele leven nu volledig in het teken staat van Audi’s F1-debuut in 2026, blijft zijn hart onlosmakelijk verbonden met de enduranceracerij.
Van cockpit naar directeursstoel
De Schot nam in april van dit jaar de rol van racedirecteur op zich bij het ambitieuze Formule 1-project van Audi. Deze positie plaatst hem aan het roer van de operationele kant van het team dat in 2026 de grid zal betreden. Zijn dagelijkse werkzaamheden zijn volledig gericht op de complexe voorbereidingen die nodig zijn om een competitief F1-team op te bouwen. Het is een wereld van verschil met het leven als coureur, maar een die McNish met beide handen heeft aangegrepen. Terwijl de F1-paddock zijn nieuwe thuis is, toont zijn reflectie op Le Mans aan dat de passie voor de sport in zijn puurste vorm nooit verdwijnt. Dit weekend, terwijl de motoren brullen in Frankrijk, werkt McNish aan de toekomst in de koningsklasse van de autosport.
Een erelijst gesmeed op La Sarthe
McNish is geen onbekende met het vieren van succes op het hoogste niveau. Zijn carrière als coureur is er een van formaat, met de 24 Uur van Le Mans als het absolute hoogtepunt. Hij won de prestigieuze race maar liefst drie keer. Zijn eerste overwinning behaalde hij in 1998, toen hij voor Porsche de zege pakte samen met zijn teamgenoten Laurent Aïello en Stephane Ortelli. Tien jaar later, in 2008, herhaalde hij dit kunststuk, ditmaal in dienst van Audi en met iconen Tom Kristensen en Rinaldo Capello aan zijn zijde. Zijn derde en laatste Le Mans-overwinning volgde in 2013, opnieuw met Audi, waarbij hij de auto deelde met Kristensen en Loïc Duval. Datzelfde jaar bekroonde hij zijn carrière door ook de titel in het World Endurance Championship (WEC) op zijn naam te schrijven. In december 2013, op de absolute top van zijn kunnen, besloot hij zijn helm aan de wilgen te hangen.
De Audi-filosofie: van endurance naar Formule 1
De connectie tussen McNish en Audi is diep geworteld. Zijn meest dominante periode als coureur beleefde hij met het merk uit Ingolstadt, met twee Le Mans-zeges en een wereldtitel als resultaat. Nu, ruim een decennium later, is de cirkel rond. Audi heeft hem het vertrouwen gegeven om hun belangrijkste en meest zichtbare autosportproject ooit te leiden. De ervaring die hij heeft opgedaan in de veeleisende wereld van endurance-racen is van onschatbare waarde. Het managen van complexe technische programma’s, het samenwerken binnen een grote fabrieksstructuur en het presteren onder de immense druk van een 24-uursrace hebben hem gevormd tot de leider die hij nu is. Deze kennis en winnaarsmentaliteit moet hij nu overbrengen op de Formule 1-operatie van Audi.
Le Mans’ unieke status in de autosport
Dat McNish de culturele en historische waarde van de sport begrijpt, blijkt uit zijn woorden over de status van Le Mans. Hij benadrukt de mythische proporties van het evenement door te wijzen op de aandacht die het heeft gekregen buiten de sportwereld. “Als je het over Le Mans hebt, en over specifieke sporten, dan zijn er maar weinig sporten waar Hollywood-films over zijn gemaakt, en nog minder waar er twee over zijn gemaakt. Le Mans heeft dat wel,” aldus McNish. Hij verwijst hiermee naar de iconische film ‘Le Mans’ van Steve McQueen uit 1971 en de blockbuster uit 2019. Deze observatie toont aan dat hij niet alleen oog heeft voor de technische details, maar ook voor het grotere verhaal en de emotie die de autosport zo uniek maken. Dit inzicht is cruciaal voor een directeur die een nieuw F1-team op de kaart moet zetten. Terwijl de 94e editie van Le Mans dit weekend zijn eigen verhaal schrijft, bouwt McNish aan een nieuw hoofdstuk voor Audi in de Formule 1, gewapend met de lessen en de passie die hij op La Sarthe heeft opgedaan.



