De FIA heeft een belangrijke wijziging in de toekomstige technische reglementen van de Formule 1 aangekondigd, die een einde maakt aan de controversiële 50:50 vermogensverdeling. Na weken van overleg is besloten dat vanaf 2027 de verbrandingsmotor een groter aandeel van het totale vermogen zal leveren. FIA-president Mohammed Ben Sulayem prees de constructieve samenwerking tussen de bestuursorganen en de teams die tot deze oplossing heeft geleid.
Gefaseerde terugkeer naar dominantie verbrandingsmotor
De kern van de aanpassing is de verschuiving van de vermogensbalans tussen de verbrandingsmotor (ICE) en de elektrische systemen. Het oorspronkelijke plan voor de nieuwe generatie motoren, die in 2026 wordt geïntroduceerd, hield vast aan een gelijke verdeling van 50% uit de verbrandingsmotor en 50% uit de batterij. Dit plan stuitte echter op forse kritiek vanuit de paddock, met name van coureurs die vreesden voor een drastisch vermogensverlies zodra de batterij leeg was.
Om dit probleem aan te pakken, hebben de FIA, de Formule 1 en de motorfabrikanten een nieuwe route uitgestippeld. De implementatie zal in twee stappen verlopen. In 2027 wordt de verhouding aangepast naar een 58:42 split, waarbij de verbrandingsmotor 58% van het vermogen levert. Een jaar later, in 2028, wordt de definitieve doelstelling van een 60:40 verdeling bereikt. Om dit technisch mogelijk te maken, wordt de brandstoftoevoer naar de motor verhoogd: met 5% in 2027 en met een totaal van 13% in 2028. Deze wijzigingen moeten op 23 juni formeel worden goedgekeurd door de World Motor Sport Council, een stap die naar verwachting zonder problemen zal verlopen.
Einde aan ‘leegloop’ frustratie voor coureurs
De aanleiding voor deze ingreep was de groeiende bezorgdheid over de rijbaarheid van de toekomstige F1-wagens. Het 50:50 concept zou betekenen dat een auto in feite de helft van zijn totale vermogen verliest op het moment dat de elektrische energie is opgebruikt. Op circuits met lange rechte stukken zou dit tot frustrerende en potentieel onvoorspelbare situaties kunnen leiden, waarbij coureurs plotseling kwetsbaar worden. De afgelopen weken is er achter de schermen intensief overlegd om een oplossing te vinden die zowel de duurzaamheidsdoelen van de sport respecteert als de sportieve integriteit waarborgt. De nu overeengekomen 60:40 verhouding wordt gezien als een solide compromis dat de rol van de verbrandingsmotor erkent, terwijl het elektrische component significant en relevant blijft.
Ben Sulayem prijst ‘constructieve aanpak’
FIA-president Mohammed Ben Sulayem reageerde verheugd op het akkoord en bedankte alle betrokken partijen voor hun inzet. Hij benadrukte dat de samenwerking een cruciale factor was in het bereiken van dit resultaat. “Formule 1 is altijd geëvolueerd om nieuwe uitdagingen aan te gaan en nieuwe kansen te grijpen,” aldus Ben Sulayem in een verklaring. “Deze voorgestelde wijzigingen weerspiegelen het gezamenlijke werk in de hele sport om ervoor te zorgen dat de reglementen de sport blijven ondersteunen.”
Zijn woorden onderstrepen het belang van eenheid in een periode van grote technische veranderingen. De bereidheid van de FIA, de Formule 1 en de fabrikanten om het oorspronkelijke plan te herzien, toont aan dat er wordt geluisterd naar de feedback vanuit de praktijk. Dit zorgt voor stabiliteit en geeft de motorleveranciers duidelijke kaders voor de ontwikkeling van hun krachtbronnen voor 2027 en verder.
Duidelijkheid voor de toekomst van de sport
Met dit besluit is er een belangrijke horde genomen op weg naar de volgende generatie Formule 1. De aanpassing biedt de motorfabrikanten, waaronder nieuwkomers als Audi en Ford, de zekerheid die nodig is om hun ontwikkelingsprogramma’s voort te zetten. Hoewel de formele ratificatie nog moet plaatsvinden, kan de F1-wereld nu met meer vertrouwen vooruitkijken naar een toekomst waarin de krachtbronnen een betere balans bieden tussen innovatie, duurzaamheid en de pure race-ervaring. De focus verschuift nu naar de verdere verfijning van de reglementen, met deze fundamentele aanpassing als een solide basis voor de komende jaren.



